|
Informatie voor (huis)artsenInformatie voor (huis)artsenOsteoporose kan met recht een uitdagende aandoening worden genoemd. Dat heeft vooral twee redenen. Ten eerste verloopt de ziekte vaak lange tijd zonder klachten, of hooguit met aspecifieke (pijn)klachten, en is dus moeilijk detecteerbaar. Ten tweede wordt door veel mensen niet beseft dat het om een aandoening gaat; zij zien het ten onrechte als een 'normaal verouderingsverschijnsel'. Dit maakt patiënten (en sommige artsen) nog minder alert en gemotiveerd voor een behandeling. Na de overgang: 1 op de 4 vrouwenDe werkelijkheid is, dat osteoporose de meest voorkomende stofwisselingsziekte van de botten is. Volgens het RIVM telt Nederland ruim 800.000 patiënten. Jaarlijks krijgen in Nederland ruim 83.000 mensen ouder dan 55 jaar een fractuur als gevolg van osteoporose, waaronder 15.000 heupfracturen en 16.000 wervelfracturen (bron: CBO). Van de patiënten is 80% zich niet bewust van het feit dat ze osteoporose hebben. Doorgaans wordt osteoporose pas ontdekt wanneer men iets breekt. Dat de prevalentie op basis van huisartsenregistraties veel lager uitkomt, wordt verklaard door het feit dat veel mensen met osteoporose klachtenvrij zijn en hun huisarts niet bezoeken. Niettemin kunnen de gevolgen van osteoporose dodelijk zijn. Op de leeftijd van 75 jaar heeft de helft van de vrouwen al een botbreuk gehad. De meest gevreesde is de heupfractuur, waarvan de complicaties in ongeveer 20% van de gevallen dodelijke zijn en in meer dan 50% leiden tot blijvende invaliditeit. De mortaliteit bij vrouwen als (indirect) gevolg van osteoporose is vergelijkbaar met die van borstkanker. In de spreekkamerHoe kan de arts de patiënt met osteoporose herkennen en, beter nog, de patiënt die nog geen osteoporose heeft, maar het waarschijnlijk zal krijgen? Bij het ontstaan van osteoporose horen geen specifieke klachten, het bloed vertoont geen afwijkingen en ook andere onderzoeken leveren in het algemeen geen bijzonderheden op. Het observeren van de patiënt kan echter aanwijzingen geven: een afnemende lichaamslengte, een krommer wordende rug of een uitpuilende huidplooi aan de zijkant van de buik kunnen wijzen een of meerdere inzakkende rugwervels. Daarom is het van belang de lichaamslengte te meten. Wanneer iemand na het vijftigste levensjaar een fractuur krijgt, is het goed altijd de mogelijkheid van osteoporose te overwegen, zeker wanneer sprake was van een gering ongeluk en een fractuur niet in de lijn der verwachting ligt. Om te bepalen of een botdensteitsmeting noodzakelijk is, kan daarnaast gekeken worden naar andere belangrijke risicofactoren. Om het risico te bepalen kan de patiënt een test uitvoeren, of deze samen met de arts doorlopen. Worden 3 elementen of meer aangekruist, dan is verder onderzoek raadzaam. De diagnoseHet bloedbeeld kan niet worden gebruikt om osteoporose vast te stellen, al wordt na het stellen van de diagnose wel vaak bloedonderzoek verricht (ter bepaling van het gehalte aan calcium en alkalische fosfatase). Voor het stellen van de diagnose is röntgenonderzoek noodzakelijk. Echter, behalve fracturen en ingezakte wervels is alleen osteoporose in een vergevorderd stadium (botmineraalverlies van 30-50%) langs deze weg detecteerbaar. Om vroegere stadia van osteoporose op te sporen, is gericht onderzoek noodzakelijk van de botdensiteit met behulp van DEXA-metingen (Dual Energy X-ray Absorptiometry) en/of een CT-scan, om de botdensiteit van de wervelkolom of heup te bepalen. De uitslag wordt vergeleken met de gemiddelde botdichtheid van jonge volwassenen (T-score) en de gemiddelde botdichtheid in dezelfde leeftijdscategorie als de patiënt (Z-score).
Behandeling en therapietrouwDoel van de behandeling is de botmassa niet verder te laten afnemen en zo mogelijk juist weer te laten toenemen, ter preventie van fracturen en inzakkende wervels. Daartoe kunnen verschillende strategieën worden aangewend. De afbraak van botweefsel kan worden geremd, de aanmaak kan worden gestimuleerd, of beide. Hormoonsuppletie is uit de gratie sinds onder meer de Million Women Study heeft aangetoond dat de kans op borstca en hart- en vaatziekten bij langdurig gebruik toeneemt. De meest voorgeschreven medicijnen ter behandeling en preventie van osteoporose zijn nog steeds de bisfosfonaten, die de activiteit van de osteoclasten, en daarmee de afbraak van botweefsel, remmen. Sinds 2005 is ook strontiumranelaat beschikbaar, dat beide strategieën verenigt door zowel de osteoclasten te remmen als de osteoblasten te stimuleren. Hierdoor vindt er daadwerkelijk vorming van nieuwe botmassa plaats in tegenstelling tot eerder besproken middelen. Deze eigenschappen maken strontiumranelaat ook geschikt voor de preventie van osteoporose, bijv. in geval van aangetoonde osteopenie en bij postmenopauzale vrouwen. Een dagelijkse injectie van het PTH hormoon stimuleert de osteoblasten en daarmee de aanmaak van botmassa. Therapietrouw (of liever: concordantie) is van het grootste belang bij behandeling van osteoporose. Van de behandelde patiënten staakt 78% de behandeling binnen 1 jaar, terwijl deze 5 jaar dient te worden volgehouden om een maximaal effect te sorteren. Om de patiënt daarvan te doordringen is goede voorlichting onontbeerlijk, en dient in goed overleg met de patiënt de voor zijn of haar individuele geval meest passende therapie te worden bepaald. >> Deze informatie is mede gebaseerd op deze wetenschappelijke referenties |
QuickpollBent u een man of een vrouw?
Alle MediStart websites
|
